Geweldsdelicten

Onze bijzondere expertise in geweldsdelicten

Geweldsdelicten omvatten een brede waaier aan feiten waarbij sprake is van fysiek of psychisch geweld tegen een andere persoon.

Als verdachte van een geweldsdelict is het belangrijk dat u zo spoedig mogelijk wordt bijgestaan door een gespecialiseerde advocaat. Dit teneinde u wegwijs te maken in de strafbaarstelling van de gedraging op zich, maar ook om na te gaan of er geen sprake is van verzachtende omstandigheden.

Wij begeleiden u doorheen het volledige traject en geven heldere uitleg over de feiten die u worden verweten, de mogelijke straffen en de eventuele burgerlijke gevolgen, zoals schadevergoedingen.

Contacteer ons

Nieuw strafwetboek

De misdrijven en bijhorende straffen die u onder huidig onderdeel vindt, zijn een weergave van de meest voorkomende misdrijven en gebaseerd op het nieuwe strafwetboek dat in werking zal treden op 1 september 2026. Houdt er rekening mee dat de (bestanddelen van) de misdrijven en straffen voor misdrijven van vòòr 1 september 2026 kunnen verschillen van wat u hier terugvindt.

Voor een actuele uitleg op maat, of als u wilt weten welke wetgeving van toepassing was op welk moment, kan u steeds rechtstreeks contact opnemen.

Parmentieradvocatenby Charlottelauwersphotography 103

Moord, doodslag en uitgelokte doodslag

Wat? 

Moord gaat om doodslag gepleegd met voorbedachtheid.
Er is sprake van voorbedachtheid wanneer de dader, voor hij de daad stelt, de tijd heeft gehad om erover na te denken en het doden niet het gevolg is van een opwelling. Voorbedachtheid kan uit verschillende elementen worden afgeleid, zoals vooraf plannen of voorbereidingen treffen.

Bijvoorbeeld: U heeft een plan gemaakt om iemand om het leven te brengen, een wapen aanschaft en het slachtoffer bewust opgezocht en gedood.

Doodslag is het doden van een ander persoon met het oogmerk om hem te doden.
Het gaat om opzettelijk en doelbewust iemand van het leven beroven, zonder dat sprake moet zijn van voorbedachte rade. Hierbij telt het oogmerk om te doden en gaat het dus niet doden uit onachtzaamheid of door nalatigheid.

Bijvoorbeeld: Als u tijdens een ruzie opzettelijk een mes trekt en het slachtoffer doodsteekt, met de intentie het slachtoffer te doden, begaat u doodslag.

Doodslag in verzwarende omstandigheden
Verschillende artikelen voorzien in zwaardere straffen wanneer doodslag wordt gepleegd onder bepaalde omstandigheden. Enkele voorbeelden:

  • Doodslag om een ander misdrijf te vergemakkelijken of straffeloosheid te verzekeren 
    Bijvoorbeeld: Tijdens een overval op een winkel doodt u de winkelier om uw vlucht mogelijk te maken.
  • Doodslag vanuit discriminerende drijfveer 
    Bijvoorbeeld: U doodt iemand vanwege zijn etnische afkomst.
  • Doodslag op een minderjarige of kwetsbaar persoon
    Bijvoorbeeld: U berooft een bejaarde onder voogdij van het leven.
  • Intrafamiliale doodslag – op familie of partner 
    Voorbeeld: Het opzettelijk doden van uw partner na jarenlange echtelijke ruzies.
  • Doodslag op persoon met maatschappelijke functie 
    Voorbeeld: Opzettelijk doden van een politieagent tijdens diens dienst.

Uitgelokte doodslag is doodslag onder de onmiddellijke invloed van ernstig, onrechtmatig en ogenblikkelijk fysiek of psychisch geweld.

Bijvoorbeeld: U wordt op heterdaad mishandeld en doodt onder zware emotionele druk in een reflex uw belager.

Welke straf riskeert u? 

  • Moord wordt bestraft met een straf van niveau 8. 
  • Doodslag wordt bestraft met een straf van niveau 7, doodslag met verzwarende omstandigheden met een straf van niveau 8. 
  • Uitgelokte doodslag wordt bestraft met een straf van niveau 3. 


De rechter houdt bij de strafoplegging rekening met verzwarende omstandigheden zoals: het misdrijf in bijzijn van een minderjarige, gepleegd in groep, gepleegd met wapens, omwille van culturele/religieuze motieven (‘eer’), ... Deze elementen kunnen tot een hogere straf leiden binnen de strafmarges.

Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid

Wat?

Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid viseert dus situaties waarbij iemand overlijdt als gevolg van het ernstige onvoorzichtig of nalatig gedrag van een ander, zonder dat er sprake is van opzet.

Essentieel is dat er sprake is van en overleden persoon waarvan het overlijden niet het gevolg is van een opzettelijke daad. De onvoorzichtigheid of nalatigheid moet duidelijk boven het normale risico of een vergissing uitstijgen. Er moet "ernstig" worden tekortgeschoten.

  • Het overlijden is niet het gevolg van een opzettelijke daad, maar van een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.
  • De onvoorzichtigheid/nalatigheid moet duidelijk boven het normale risico of vergissing uitstijgen; het gaat om “ernstig” tekortschieten.

Bijvoorbeeld: Situaties waar de grens tussen een ongeval en strafbare nalatigheid wordt overschreden zoals bij levensgevaarlijke grapjes, pestgedrag of onvoorzichtige handelingen met dodelijke afloop.

Welke straf riskeert u?

Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt gestraft met een straf onder niveau 2. 

Onmenselijke en onterende behandeling

Wat?

Niemand mag het slachtoffer worden van foltering, onmenselijke behandeling of vernederende bestraffing.

Een onmenselijke behandeling is elke behandeling waarbij een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht om bekentenissen af te dwingen, te straffen, druk uit te oefenen, te intimideren, ...

Bijvoorbeeld: zware mishandeling, langdurige isolatie, afpersing, extreme pesterijen.

Een onterende of vernederende behandeling is elke behandeling die in de ogen van het slachtoffer of derden een ernstige krenking of aantasting van de menselijke waardigheid uitmaakt

Bijvoorbeeld: Opsluiting in onwaardige omstandigheden.

Welke straf riskeert u?

Onmenselijke en onterende behandeling wordt bestraft met een straf van niveau 4 tot niveau 8, afhankelijk van de omstandigheden.

Indien er bijvoorbeeld sprake is van:

  • Een integriteitsaantasting van de derde graad (zwaar letsel): niveau 7
  • Dood tot gevolg: niveau 8
  • Ernstige gevolgen voor volksgezondheid: niveau 5.

Gewelddaden

Wat?

Het misdrijf dat in het oude strafwetboek gekend was onder ‘slagen en verwondingen’, krijgt in het Nieuwe Strafwetboek de benaming ‘gewelddaden’.

Gewelddaden zijn alle opzettelijk gestelde gedragingen die bestaan uit:

  • Het aanwenden van fysieke kracht of macht tegen een ander persoon en die uit hun aard de mogelijkheid hebben te resulteren in een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid;
  • Het op eender welke wijze toebrengen aan een ander persoon van een lichamelijk letsel of schade aan zijn gezondheid.

De wetgeving maakt een onderscheid inzake de ernst van de gewelddaden en hanteert een onderverdeling naargelang de gevolgen die de gewelddaden hebben voor het slachtoffer:

  • Integriteitsaantasting van de eerste graad: lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die geen ongeschiktheid tot arbeid van meer dan vier maanden veroorzaakt, en geen permanente gevolgen
  • Integriteitsaantasting van de tweede graad: letsel waardoor er tot vier maanden persoonlijk werk niet mogelijk is of een geneeslijk lijkende ziekte die tot maximum vier maanden ongeschiktheid leidt
  • Integriteitsaantasting van de derde graad: ernstig letsel met blijvende gevolgen, zoals een ongeneeslijk lijkende ziekte, permanente ongeschiktheid tot persoonlijk werk, verlies van het absolute gebruik van een orgaan, zware verminking
  • Indien de dood het gevolg is.

Welke straf riskeert u? 

De strafmaat is afhankelijk van de soort graad.

  • Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de eerste graad tot gevolg hebben, dan wel niet resulteren in een integriteitsaantasting, worden bestraft met een straf van niveau 1.
  • Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau 2.
  • Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau 3.
  • Gewelddaden die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden bestraft met een straf van niveau 4.

Het strafniveau kan omhoog gaan indien er sprake is van één van de volgende verzwarende omstandigheden: 

  • Voorbedachtheid
  • Een discriminerende drijfveer
  • Feiten zijn gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand
  • Intrafamiliale gewelddaden
  • Feiten zijn gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie

Bovendien kan een rechter bij de beoordeling van de strafmaat rekening houdend met de volgende verzwarende omstandigheden:

  • De dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer, dan wel een aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont
  • Het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie
  • Het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie
  • Het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen die gezamenlijk optreden
  • Het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen
  • Het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

De onterving/onwaardigheid om te erven is een bijkomende straf die de rechter – voor misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit (slagen/verwondingen) – kan uitspreken, behalve indien het misdrijf de dood tot gevolg heeft gehad. In dit laatste geval volgt de burgerrechtelijke onwaardigheid om te erven conform het Burgerlijk Wetboek automatisch uit het misdrijf met fatale afloop.

Tot slot kan het strafniveau verlagen indien er sprake is van uitlokking.

Vrouwelijke genitale verminking

Wat?

Vrouwelijke genitale verminking is strafbaar gesteld als een apart misdrijf en is het opzettelijk op eender welke wijze verminken van de vrouwelijke genitaliën, alsook het vergemakkelijken of bevorderen hiervan.

Het resultaat – blijvende verminking of aantasting van de integriteit – is niet vereist voor strafbaarheid: ook de poging of het uitvoeren zonder succes is strafbaar.

Bovendien zijn het motief en eventuele toestemming irrelevant: het misdrijf wordt vervolgd ongeacht culturele, religieuze, sociale of individuele redenen, en zelfs indien het slachtoffer (of haar ouder/voogd) toestemming heeft gegeven.

Niet enkel het verminken zelf, maar ook het aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking is strafbaar. Hieronder wordt begrepen het opzettelijk direct of indirect, schriftelijk of mondeling aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking of het uitgeven, verdelen of verspreiden van dergelijke reclame.

Welke straf riskeert u?

Vrouwelijke genitale verminking wordt bestraft met strafniveau 3. 

Het aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking is strafbaar met niveau 2.

Indien er sprake is van de volgende omstandigheden wordt het misdrijf bestraft met niveau 4:

  • Gepleegd uit winstbejag 
  •  met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg -
  • gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand 

Het strafniveau 5 is van toepassing indien de verminking de dood tot gevolg heeft of indien de feiten gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben.

Indien de feiten gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand de dood tot gevolg hebben is strafniveau 6 van toepassing.

Bij de beoordeling van de strafmaat kan de rechter de volgende elementen in overweging nemen:

  • dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer
  • dat de dader de partner is van het slachtoffer
  • dat de dader gezag heeft over het slachtoffer, haar onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont
  • dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Zwangerschapsverlies zonder toestemming

Wat?

Het misdrijf zwangerschapverlies zonder toestemming vereist de volgende bestanddelen:

  • Er is een duidelijk opzet om het zwangerschapsverlies te veroorzaken
  • Het zwangerschapsverlies moet daadwerkelijk veroorzaakt worden
  • Het gebruikte middel is irrelevant
  • Het slachtoffer, de zwangere persoon, heeft niet toegestemd, met als gevolg dat er onmogelijk sprake kan zijn van een vrijwillige abortus.

Dit misdrijf is ingevoerd ter bescherming van de lichamelijke integriteit en zelfbeschikking van de zwangere persoon.

Welke straf riskeert u?

Zwangerschapsverlies zonder toestemming wordt bestraft met strafniveau 4.

Indien het zwangerschapsverlies eveneens de dood van de zwangere vrouw met zich meebrengt, is strafniveau 5 van toepassing.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Aantasting van de fysieke of psychische integriteit door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid

Wat?

Het misdrijf aantasting van de fysieke of psychische integriteit door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bestraft de persoon die door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid de fysieke of psychische integriteit van een ander aantast.

Het misdrijf vereist de volgende constitutieve bestanddelen:

  • Een handeling of nalaten
  • Een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid: dit impliceert dat er in hoofde van de dader geen opzet mag zijn
  • De fysieke of psychische integriteit van een persoon wordt aangetast (lichamelijk of geestelijk letsel).

Het misdrijf kan zowel betrekking hebben op het veroorzaken van een integriteitsaantasting van de eerste, tweede als derde graad:

  • Integriteitsaantasting van de eerste graad: lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die geen ongeschiktheid tot arbeid van meer dan vier maanden veroorzaakt, en geen permanente gevolgen
  • Integriteitsaantasting van de tweede graad: letsel waardoor er tot vier maanden persoonlijk werk niet mogelijk is of een geneeslijk lijkende ziekte die tot maximum vier maanden ongeschiktheid leidt
  • Integriteitsaantasting van de derde graad: ernstig letsel met blijvende gevolgen, zoals een ongeneeslijk lijkende ziekte, permanente ongeschiktheid tot persoonlijk werk, verlies van het absolute gebruik van een orgaan, zware verminking

Welke straf riskeert u?

Aantasting van de fysieke of psychische integriteit door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt bestraft met een straf van niveau 1. 

Indien de integriteitsaantasting wordt veroorzaakt in het kader van een verkeersongeval wordt het strafniveau opgetrokken naar niveau 2.

Vrijheidsberoving

Wat?

Er is sprake van vrijheidsberoving indien de dader opzettelijk de vrijheid inzake het komen en gaan van het slachtoffer ontneemt door het slachtoffer te overmeesteren of op te sluiten. Elke vorm van opsluiten of verhinderen valt hier onder.

Natuurlijk kan er pas sprake zijn van een misdrijf indien deze vrijheidsberoving zonder geldige reden is. Indien een persoon op basis van een aanhoudingsbevel gearresteerd wordt door een politieagent, zal deze agent natuurlijk niet kunnen vervolgd worden.

Er is sprake van vrijheidsberoving met verzwarende omstandigheden indien:

  • De vrijheidsberoving is gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand
  • De vrijheidsberoving een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft. De derde graad is een ernstig letsel met blijvende gevolgen, zoals een ongeneeslijk lijkende ziekte, permanente ongeschiktheid tot persoonlijk werk, verlies van het absolute gebruik van een orgaan, zware verminking
  • De vrijheidsberoving de dood tot gevolg had, zonder het oogmerk om te doden.

Welke straf riskeert u?

Vrijheidsberoving wordt bestraft met een straf van niveau 3.

De vrijheidsberoving gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 4.

De vrijheidsberoving die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft wordt bestraft met een straf van niveau 4.

De vrijheidsberoving die de dood tot gevolg heeft, zonder het oogmerk om te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 5.

Bovendien kan de rechter bij zijn beoordeling rekening houden met de volgende verzwarende factoren:

  • het feit dat de dader het misdrijf heeft gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag
  • het feit dat de dader het slachtoffer met de dood heeft bedreigd
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Tot slot voorziet de wetgever in een strafverminderende verschoningsgrond. Indien de dader het slachtoffer vrijwillig vrijlaat of terugbrengt onder het gezag dat over hem wordt uitgeoefend binnen de vijf dagen na aanvang van de vrijheidsberoving, ontvoering of gijzeling, wordt die bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau.

Deze strafverminderende verschoningsgrond geldt echter niet indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg hebben gehad.

Ontvoering

Wat?

Er is sprake van ontvoering wanneer iemand een minderjarige of een persoon in kwetsbare toestand opzettelijk wegneemt van degene die het ouderlijk gezag, de voogdij of de feitelijke zorg over hem of haar uitoefent.

De ontvoering is slechts strafbaar indien gebruik werd gemaakt van geweld, bedreiging of list. Dit wordt echter niet vereist bij de ontvoering van een minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaar of een persoon in een kwetsbare toestand.

Ontvoering met verzwarende omstandigheden:

  • De ontvoering heeft een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg. De derde graad is een ernstig letsel met blijvende gevolgen, zoals een ongeneeslijk lijkende ziekte, permanente ongeschiktheid tot persoonlijk werk, verlies van het absolute gebruik van een orgaan, zware verminking
  • De ontvoering heeft de dood tot gevolg had, zonder het oogmerk om te doden.

Welke straf riskeert u?

Ontvoering wordt bestraft met niveau 4.

De ontvoering die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 5.

De ontvoering die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 6.

Bovendien kan de rechter bij zijn beoordeling rekening houden met de volgende verzwarende factoren:

  • het feit dat de dader het misdrijf heeft gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag
  • het feit dat de dader het slachtoffer met de dood heeft bedreigd
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Tot slot voorziet de wetgever in een strafverminderende verschoningsgrond. Indien de dader het slachtoffer vrijwillig vrijlaat of terugbrengt onder het gezag dat over hem wordt uitgeoefend binnen de vijf dagen na aanvang van de vrijheidsberoving, ontvoering of gijzeling, wordt die bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau.

Deze strafverminderende verschoningsgrond geldt echter niet indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg hebben gehad.

Gijzeling

Wat?

Er is sprake van het misdrijf gijzeling indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • Een persoon wordt opzettelijk van zijn vrijheid beroofd of ontvoerd
  • Het slachtoffer staat borg voor de voldoening aan een bevel of voorwaarde. Concreet betekent dat dit het slachtoffer of derden gedwongen worden tot een bepaalde handeling, onthouding of het laten plaatsvinden van een gebeurtenis (bv. betaling van losgeld, politieke druk…).

Een gijzeling kan met of zonder geweld, bedreiging of list plaatsvinden.

Er is sprake van gijzeling met verzwarende omstandigheden indien:

  • Het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is
  • De feiten een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben. De derde graad is een ernstig letsel met blijvende gevolgen, zoals een ongeneeslijk lijkende ziekte, permanente ongeschiktheid tot persoonlijk werk, verlies van het absolute gebruik van een orgaan, zware verminking
  • Het slachtoffer werd onderworpen aan foltering
  • De gijzeling de dood tot gevolg heeft, zonder het oogmerk om te doden.

Welke straf riskeert u?

Gijzeling wordt bestraft met strafniveau 5.

Gijzeling van een minderjarig slachtoffer of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met strafniveau 6.

Gijzeling die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft wordt bestraft met strafniveau 6.

Gijzeling waarbij het slachtoffer werd onderworpen aan foltering wordt bestraft met strafniveau 6.

De gijzeling die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 7.

Bovendien kan de rechter bij zijn beoordeling rekening houden met de volgende verzwarende factoren:

  • het feit dat de dader het misdrijf heeft gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag
  • het feit dat de dader het slachtoffer met de dood heeft bedreigd
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie
  • het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

De wetgever voorziet een strafverminderende verschoningsgrond. Indien de dader het slachtoffer vrijwillig vrijlaat of terugbrengt onder het gezag dat over hem wordt uitgeoefend binnen de vijf dagen na aanvang van de vrijheidsberoving, ontvoering of gijzeling, wordt die bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau.

Deze strafverminderende verschoningsgrond geldt echter niet indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg hebben gehad, noch indien het slachtoffer aan foltering werd onderworpen.

Bedreiging

Wat?

Het strafwetboek voorziet verschillende soorten bedreigingen.

Ten eerste bestaat er een bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen indien er sprake is van:

  • Opzettelijk gedrag: opzettelijk veroorzaken van een ernstige vrees voor een aanslag op personen of op eigendommen
  • Gevaar: de bedreigde persoon dient zich daadwerkelijk bedreigd te voelen, minstens dient de bedreiging van zulke aard geweest te zijn dat de bedreiging door het slachtoffer had kunnen gekend zijn

De bedreiging kan mondeling, schriftelijk, elektronisch of op andere wijze geuit worden.

Bovendien maakt het niet uit of de dader het misdrijf uiteindelijk uitvoert.

Er is sprake van een verzwaarde bedreiging indien de bedreiging wordt geuit onder een bevel of voorwaarde.

Bovendien kan er ook sprake zijn van een bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens.

Tot slot zijn navolgende twee handelingen ook strafbare feiten die onder de noemer bedreiging vallen:

  • Het geven van een vals bericht: het opzettelijk geven van een vals bericht over het bestaan van gevaar voor een aanslag op personen of op eigendommen, ongeacht het gebruikte middel;
  • Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen: het opzettelijk verspreiden van stoffen die, zonder op zichzelf gevaar in te houden, de indruk geven gevaarlijk te zijn en waarvan de dader weet of moet weten dat hierdoor ernstige gevoelens van vrees kunnen worden teweeggebracht voor een aanslag op personen of op eigendommen waarop een straf van ten minste niveau 2 is gesteld.

Welke straf riskeert u?

De strafmaat van bedreiging is afhankelijk van de ernst van de aanslag waarmee gedreigd wordt:

  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 2 of 3, leidt tot een bestraffing van niveau 1.
  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 4 tot 8, leidt tot een bestraffing van niveau 2.

Indien er sprake is van een verzwaarde bedreiging gelden de volgende strafniveaus:

  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 2 of 3, leidt tot een bestraffing van niveau 2.
  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 4 tot 8, leidt tot een bestraffing van niveau 3.

De bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens wordt bestraft met strafniveau 3.

Het strafniveau inzake het misdrijf geven van een vals bericht is afhankelijk van de ernst van de aanslag waarover het bericht gaat:

  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 2 of 3, leidt tot een bestraffing van niveau 1.
  • Het dreigen met een aanslag die bestraft wordt met niveau 4 tot 8, leidt tot een bestraffing van niveau 2.

Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen wordt bestraft met strafniveau 2.

Bij bepaling van de straf neemt de rechter de volgende verzwarende omstandigheden in overweging:

  • Het slachtoffer is een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand
  • Het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Belaging

Wat?

De belaging is het opzettelijk ernstig verstoren van de rust van een persoon terwijl de dader wist of had moeten weten dat men door dit gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren.

Een éénmalige handeling die de rust ernstig verstoord volstaat om te kunnen spreken van belaging.

Er is sprake van een verzwaarde belaging indien:

  • het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is
  • het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten opzichte van het slachtoffer
  • het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen.

Welke straf riskeert u?

Het basismisdrijf inzake belaging wordt bestraft met strafniveau 2.

De verzwaarde belaging wordt bestraft met strafniveau 3.

Bij bepaling van de straf neemt de rechter de volgende verzwarende omstandigheden in overweging:

  • het misdrijf erop gericht is een niet-consensuele seksuele handeling te stellen of te laten stellen op de persoon van het slachtoffer
  • het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige
  • het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Laster, lasterlijke aangifte en belediging

Wat?

Laster is het in het openbaar met kwaadwillig opzet aan een persoon een bepaald feit ten laste leggen dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen.

Er kan dus pas sprake zijn van laster indien:

  • Er moet sprake zijn een concrete beschuldiging (een tenlastelegging van een feit)
  • De beschuldiging wordt openbaar gemaakt
  • De handeling schaadt de eer van het slachtoffer of stelt het slachtoffer aan de openbare verachting bloot
  • De dader handelt met kwaadwillig opzet.

Er kan geen sprake zijn van een strafbaar feit indien de van laster betichte persoon geloofwaardig maakt dat het tenlastegelegde feit aannemelijk is, tenzij het uitsluitend met het oogmerk om te schaden gebeurt.

Het is duidelijk dat het motief van het delen van het feit van cruciaal belang is.

Bijvoorbeeld: Informatie delen over een strafrechtelijke uitspraak van een persoon met het oog op het schaden van deze persoon blijft strafbaar.

Een lasterlijke aangifte wordt apart bestraft en is het met kwaadwillig opzet schriftelijk een lasterlijke aangifte indienen bij de overheid.

Belediging is het met kwaadwillig opzet en met welk middel ook in het openbaar beledigen van een bepaald persoon.

De volgende constitutieve bestanddelen zijn van belang:

  • De dader handelt met kwaadwillig opzet
  • De belediging moet publiek zijn (openbaar gepleegd)
  • Er moet een reële krenking van de eer, het zelfbeeld, of de goede naam van het slachtoffer zijn.

Belediging kan met woorden, gebaren, geschriften, via de elektronische weg…

Welke straf riskeert u?

De misdrijven laster, lasterlijke aangifte en belediging worden bestraft met een straf van niveau 1.

Er bestaat echter een belangrijke uitzondering, een grond van onschendbaarheid. Wat tijdens zitting wordt gezegd of schriftelijk aan de rechtbank wordt voorgelegd, kan in principe niet leiden tot een strafvervolging voor laster of belediging, zolang die uitspraken of documenten relevant zijn voor de zaak of betrekking hebben op de betrokken partijen.

Partijen moeten zich dus vrij kunnen verdedigen voor de rechtbank zonder het risico te lopen dat zij daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd, op voorwaarde dat hun opmerkingen verband houden met het geschil.

Weerspannigheid

Wat?

Weerspannigheid is het zich opzettelijk met geweld of bedreiging verzetten tegen of aanvallen van een persoon met een openbare functie, die handelt ter uitvoering van de wet, bevelen, beschikkingen van het openbaar gezag of een rechterlijke beslissing. Het misdrijf omvat ook het plegen van deze feiten tegen personen die bijstand verlenen bij deze functie.

Er dient dus voldaan te zijn aan de volgende constitutieve bestanddelen:

  • Opzet: Het misdrijf vereist opzettelijk gedrag. De dader moet wetens en willens handelen.
  • Gewelddadige of bedreigende handeling: Het verzet of de aanval moet gebeuren met geweld of bedreiging.
  • Het geweld/bedreiging moet gericht zijn tegen:
    • een persoon met een openbare functie die optreedt ter uitvoering van wet, bevelen/maatregelen van het openbaar gezag, of rechterlijke beslissing;
    • of een persoon die bijstand levert aan deze functie.

Er is sprake van collectieve weerspannigheid indien de weerspannigheid gepleegd wordt door twee of meer personen die zich, al dan niet na een voorafgaande afspraak, daartoe verenigen.

Welke straf riskeert u?

De aanwezigheid van wapens heeft een impact op het strafniveau en is dus een verzwarende omstandigheid is.

Indien de weerspannigheid een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk tot gevolg heeft (bv. slachtoffers met ernstige gevolgen): ook dit leidt tot een verzwaard strafniveau.

Dit leidt tot de volgende onderverdeling:

  • Weerspannigheid zonder wapens: straf van niveau 1;
  • Weerspannigheid met wapens: straf van niveau 2;
  • Indien er wegens weerspannigheid een ziekte of ongeschiktheid tot persoonlijk werk ontstaat:
  • Zonder wapens: straf van niveau 2;
  • Met wapens: straf van niveau 3.

Collectieve weerspannigheid wordt conform art. 645 Sw. Bestraft met een straf van niveau 3. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk tot gevolg heeft.

Brandstichting

Wat?

Brandstichting is het opzettelijk stichten van brand op enig goed waardoor schade aan een ander wordt veroorzaakt of een maatschappelijk gevaar ontstaat.

Met brandstichting wordt gelijkgesteld het in brand steken van enig goed, zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op het goed dat men wil beschadigen.

Bijvoorbeeld: iemand steekt opzettelijk een vuilnisbak of een auto die op straat staat geparkeerd in brand. 

Er wordt voorzien in zwaardere straffen wanneer een brandstichting gepleegd wordt onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • Ernstige schade tot gevolg van de brandstichting
    Bijvoorbeeld: Iemand steekt een garage in brand en het vuur breidt uit, waardoor een hele woning volledig uitbrandt
  • Brandstichting van een goed met bijzonder belang, zoals:
    • Gebouwen
      Bijvoorbeeld: De dader steekt opzettelijk een schoolgebouw in brand
    • Maatschappelijke infrastructuur
      Bijvoorbeeld: De dader steekt een geparkeerde bus in brand
    • Natuurgebied (boom, bos, natuur, …)
      Bijvoorbeeld: Iemand steekt bewust een stuk bos of een monumentale boom in brand tijdens een droogteperiode
    • Vervoermiddel
      Bijvoorbeeld: De dader steekt een geparkeerde bus in brand
  • Ernstige schade bij goederen met een bijzonder belang
    Bijvoorbeeld: Door het in brand steken van een ziekenhuis breidt het vuur uit, waardoor grote delen onbruikbaar worden en patiënten geëvacueerd moeten worden
  • De dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden
    Bijvoorbeeld: Iemand steekt ’s nachts een appartementsgebouw in brand, terwijl hij weet dat er bewoners liggen te slapen

Welke straf riskeert u?

  • Brandstichting wordt bestraft met een straf van niveau 2
  • Brandstichting met ernstige schade tot gevolg van de brandstichting wordt bestraft met een straf van niveau 3
  • Brandstichting van een goed met bijzonder belang wordt bestraft met en straf van niveau 3
  • Brandstichting met ernstige schade bij goederen met een bijzonder belang wordt bestraft met een straf van niveau 4
  • Brandstichting waarbij de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden wordt bestraft met een straf van niveau 5

Misbruik van zwakke toestand van personen

Wat?

Van misbruik van een kwetsbare toestand is sprake wanneer iemand bewust misbruik maakt van de fysieke of psychische kwetsbaarheid van een persoon, terwijl hij weet dat die kwetsbaarheid het oordeelsvermogen van het slachtoffer ernstig aantast.

Het doel van dit misbruik is het slachtoffer ertoe te brengen iets te doen of juist na te laten, waardoor diens fysieke of psychische integriteit of vermogen ernstig wordt geschaad.

Van een verzwaard misdrijf van misbruik van een zwakke toestand is sprake wanneer één van de volgende omstandigheden aanwezig is:

  • Het slachtoffer stelt een handeling of onthoudt zich van een handeling omdat het zich in een toestand van fysieke of psychische onderwerping bevindt, veroorzaakt door zware of herhaalde druk of door specifieke technieken die het oordeelsvermogen aantasten
  • Het slachtoffer is minderjarig of verkeert in een kwetsbare toestand
  • Het misbruik leidt tot een aantasting van de fysieke of psychische integriteit van de derde graad
  • Het misdrijf houdt verband met deelname aan de hoofd- of nevenactiviteiten van een vereniging
  • Het misdrijf heeft de dood tot gevolg.

Welke straf riskeert u?

Het basismisdrijf inzake misbruik van de zwakke toestand van personen wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Indien er sprake is van het verzwaard misbruik van de zwakke toestand van personen, m.u.v. de dood tot gevolg, wordt gestraft met strafniveau 3.

Indien het misbruik de dood tot gevolg heeft, geldt strafniveau 4.

De rechter kan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling opleggen als bijkomende straf.

Terroristische misdrijven

Wat?

Volgens het Strafwetboek is een terroristisch misdrijf een strafbaar feit dat, gelet op zijn aard of omstandigheden, een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden.

Daarnaast moet het misdrijf opzettelijk zijn gepleegd met één van de volgende doelstellingen:

  • een bevolking ernstige angst of vrees aanjagen;
  • een overheid of internationale organisatie op onrechtmatige wijze dwingen om een bepaalde handeling te stellen of juist na te laten;
  • de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of internationale organisatie ernstig ontwrichten of vernietigen.

Met andere woorden: niet elk ernstig misdrijf is een terroristisch misdrijf. Er moet ook sprake zijn van een specifiek oogmerk om angst te zaaien, druk uit te oefenen op overheden of de fundamenten van een samenleving te ondermijnen.

Heel veel basismisdrijven kunnen aanzien worden als een terroristisch misdrijf indien de vereiste doelstelling aanwezig is:

  • opzettelijk doden
  • folteren
  • gewelddaden
  • kapen van een vliegtuig
  • grootschalige vernieling of beschadiging
  •  het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens, radiologische wapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;

De poging tot een terroristisch misdrijf wordt ook strafbaar gesteld.

Bovendien wordt de deelname aan terroristische organisatie ook strafbaar gesteld.

De volgende handelingen worden ook strafbaar gesteld:

  • Aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven en verheerlijken van terrorisme (ten aanzien van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand)
  • Aanwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf (gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand)
  • Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf (gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand)
  • Binnenkomen of verlaten van het nationaal grondgebied met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf en het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van reizen met terroristisch oogmerk
  • Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf
  • Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf

Welke straf riskeert u?

Bij het bepalen van de strafmaat van het terroristisch misdrijf moet er gekeken worden naar de strafmaat op de gemeenrechtelijke straffen. Indien er sprake is van een terroristisch misdrijf wordt de straf van het gemeenrechtelijke misdrijf vervangen door een straf van het onmiddellijk hoger niveau.

Indien het strafniveau reeds niveau 8 is, blijft dit strafniveau behouden.

De deelname aan een terroristische organisatie wordt strenger bestraft dan de deelname aan een gewone criminele organisatie:

  • Terroristische organisatie
    • Deelname aan activiteit wordt bestraft met niveau 4.
    • Deelname aan beslissing wordt bestraft met niveau 5.
  • Gewone criminele organisatie 
    • Deelname aan activiteit wordt bstraft met niveau 2.
    • Deelname aan beslissing wordt bestraft met niveau 3.

Als je deelneemt als leidend persoon aan een terroristisch organisatie, speelt strafniveau 6.

Conversiepraktijken

Wat? 

Conversiepraktijken zijn fysieke ingrepen of vormen van psychische druk die tot doel hebben de seksuele oriëntatie, genderidentiteit of genderexpressie van een persoon te wijzigen of te onderdrukken. Dit geldt ook wanneer die kenmerken door de dader enkel worden verondersteld.

Niet alles valt onder dit verbod. Hulpverlening binnen de geestelijke of fysieke gezondheidszorg, gericht op de verkenning of ontplooiing van iemands identiteit, blijft toegestaan. Ook medische of sociale transitiebegeleiding door erkende zorgverleners valt hier niet onder, zolang deze gebeurt volgens de geldende patiëntenrechten.

Welke straf riskeert u? 

Het uitvoeren van conversiepraktijken wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Een lichtere straf van niveau 1 geldt voor:

  • het aanbieden van conversiepraktijken
  • het aanzetten tot of reclame maken voor dergelijke praktijken

Wanneer het aanzetten of de reclame effectief leidt tot het uitvoeren van een conversiepraktijk, kan de straf worden verhoogd naar niveau 2.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechter rekening met verzwarende omstandigheden, zoals:

  • wanneer het slachtoffer minderjarig is
  • wanneer het slachtoffer zich in een kwetsbare situatie bevindt
  • wanneer de dader een gezags- of vertrouwenspositie heeft

Daarnaast kan de rechter een beroeps- of activiteitenverbod opleggen tot maximaal vijf jaar, wanneer de feiten daartoe aanleiding geven.

In gevaar brengen van minderjarigen of kwetsbare personen

Wat?

Deze bepalingen hebben betrekking op feiten waarbij minderjarigen of personen in een kwetsbare situatie het slachtoffer zijn. De wet voorziet een strengere aanpak wanneer misdrijven worden gepleegd ten aanzien van deze groepen, zeker wanneer er sprake is van een gezags- of vertrouwensrelatie, zoals binnen een gezin of zorgcontext.

Welke straf riskeert u?

De straffen zijn doorgaans zwaarder dan bij gelijkaardige feiten zonder kwetsbaar slachtoffer. In de zwaarste gevallen, zoals doodslag op een minderjarige of kwetsbare persoon, kan de straf oplopen tot niveau 8. Daarnaast kan de rechter bijkomende straffen of maatregelen opleggen.

Misdrijven tegen het privéleven

Wat?

Deze categorie omvat onder meer feiten die de eerbied voor het privéleven en de nagedachtenis van personen aantasten. Een typisch voorbeeld is grafschennis, waarbij een graf wordt beschadigd, vernield of de herinnering aan een overledene wordt beledigd.

Welke straf riskeert u?

Grafschennis wordt bestraft met een straf van niveau 2. Afhankelijk van de concrete feiten kunnen ook bijkomende bepalingen of zwaardere sancties van toepassing zijn.

Vandalisme

Wat?

Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.
Bijvoorbeeld: Iemand krast zonder reden een boodschap in de lak van een geparkeerde auto.

Vandalisme met verzwarende omstandigheden
Er wordt voorzien in zwaardere straffen wanneer vandalisme gepleegd wordt onder bepaalde omstandigheden, zoals:

  • Ernstige schade tot gevolg van het vandalisme
    Bijvoorbeeld: Iemand breekt met opzet alle ramen van een huis, waardoor de bewoners hun woning tijdelijk moeten verlaten
  • Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang:
    • Gebouw
      Bijvoorbeeld: Iemand besmeurt bewust de gevel van een school met verf
    • Maatschappelijke infrastructuur
      Bijvoorbeeld: Iemand breekt de toegangsdeur van een ziekenhuis
    • Vervoermiddel
      Bijvoorbeeld: Een persoon steekt banden stuk van een bus die dienst doet voor openbaar vervoer
    • Natuurgebied, boom, bos, boomgaard, akker
      Bijvoorbeeld: Iemand zaagt zonder toestemming een monumentale boom om op een beschermd natuurgebied

  • Ernstige schade bij goederen met bijzonder belang
    Bijvoorbeeld: Door vandalisme op een elektriciteitscabine raakt een hele wijk zonder stroom
  • Met geweld of bedreiging
    Bijvoorbeeld: Iemand bedreigt een bewoner en vernielt gelijktijdig hun tuinhuis
  • Met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis
    Bijvoorbeeld: Een bende stormt een woning binnen, bedreigt de bewoners en slaat alles stuk
  • Met gewelddaden en ernstige letsels tot gevolg
    Bijvoorbeeld: Tijdens vandalisme worden omstanders aangevallen en raken zwaar gewond
  • Met gewelddaden en de dood tot gevolg, zonder oogmerk te doden
    Bijvoorbeeld: Tijdens vandalisme overlijdt een slachtoffer, terwijl de dader niet uit was op moord
  • Extra verzwarende factoren die de rechter zwaarder kan laten meewegen:
    • Discriminatie: vandalisme vanuit een discriminerende drijfveer.
      Bijvoorbeeld: Racistische graffiti op een huis
    • Slachtoffer is minderjarig
      Bijvoorbeeld: Speeltuig van een kind wordt kapotgemaakt
    • Slachtoffer is kwetsbaar
      Bijvoorbeeld: Vandalisme aan eigendom van een bejaarde
    • Plegen bij nacht
      Bijvoorbeeld: Iemand steekt ’s nachts de banden van auto’s stuk
    • Met meerdere daders
      Bijvoorbeeld: Groep jongeren breekt samen bushokjes af
    • Slachtoffer met openbare functie
      Bijvoorbeeld: Iemand beschadigt de woning van een politieagent


Welke straf riskeert u?

  • Vandalisme wordt bestraft met een straf van niveau 1.
  • Vandalisme met ernstige schade wordt bestraft met een straf van niveau 2.
  • Vandalisme aan een goed met bijzonder belang wordt bestraft met een straf van niveau 2; bij ernstige schade wordt er bestraft met een straf van niveau 3.
  • Vandalisme met geweld of bedreiging wordt bestraft met een straf van niveau 2; bij ernstige schade wordt er bestraft met een straf van niveau 3.
  • Vandalisme met geweld of bedreiging aan/in een bewoond huis wordt bestraft met een straf van niveau 4.
  • Vandalisme met gewelddaden en ernstige letsels wordt bestraft met een straf van niveau 4; bij doodslag zonder oogmerk te doden wordt bestraft met een straf van niveau 5.
  • De rechter kan extra verzwarende factoren zoals discriminatie, kwetsbaarheid van het slachtoffer, nacht, meerdere daders, of openbare functie zwaarder laten meewegen.